Pagina 13 - Blogberichten
-
Vies stuurlint kan het totaalplaatje van je fiets helemaal verpesten. Uiteraard kan je het vies worden van je stuurlint uitstellen door je fiets in het algemeen goed te onderhouden. Maar na verloop van tijd kan je er toch niet meer onderuit. Het wordt dan tijd om je stuurlint te vervangen. Ook bij een valpartij is je stuurlint een van de onderdelen die het vaakst beschadigd geraken. Gelukkig is zelf je stuurlint vervangen helemaal niet zo moeilijk. Je hebt alleen maar een nieuw stuurlint, stuurdoppen (vaak meegeleverd), isolatietape, een schaar en ontvetter nodig.
1. Oud stuurlint verwijderen
De eerste stap is uiteraard je oude stuurlint verwijderen. Je vouwt hiervoor de remgreeprubbers terug en verwijdert de isolatietape en stuurdoppen, waardoor je het stuurlint makkelijk kan verwijderen.
2. Algehele controle en ontvetten
Wanneer het oude stuurlint verwijderd is, geeft dit je de kans om te controleren of alles nog zit zoals het hoort. Controleer dus of alle kabels nog goed zitten en
-
Een ketting of een cassette vervangen is ook voor niet zo technisch aangelegde fietsers niet meteen een groot probleem. De trapas of bottom bracket vervangen schrikt vaak net iets meer af. De trapas vormt de basis van de aandrijflijn van je racefiets of mountainbike. Aan de trapas wordt het crankstel bevestigd. Doordat een trapas bestaat uit lagers, is dit ook aan slijtage onderhevig. Veelvuldig in slecht weer fietsen, door de modder ploeteren of op het strand rijden doet de trapas echt geen goed. Gelukkig kan je met behulp van het juiste gereedschap vrij makkelijk zelf je trapas vervangen. We leggen je hier uit hoe je dit doet.
Welke trapas heb je nodig?
De eerste stap bij het vervangen van de trapas is weten welke bottom bracket je nodig hebt. De makkelijkste manier is eerst je huidige bottom bracket uit je frame halen en afgaan op de codes die er op staan. Als je een schuifmaat hebt, neem je die er best meteen bij. Wat de standaard is op vlak van bottom brackets is sterk afhankelijk
-
De laatste jaren worden zowel racefiets- als mountainbikebanden met de zogenaamde skinwall opnieuw populairder. Veel fietsers vinden de retro look gewoonweg mooi en anderen willen dan weer opvallen met behulp van deze skinwalls. Bij een volledig zwarte fiets vallen deze (licht)bruine randen aan de banden goed op, wat het geheel een mooie toets geeft.
De esthetische meerwaarde van skinwall banden is dus duidelijk, maar bieden deze banden ook op een andere manier een voordeel?
Het antwoord is niet echt eenduidig, aangezien het afhangt van het type skinwall band. Er zijn skinwall banden waarbij de casing enkel over het loopvlak gaat. Op de zijkant van de banden is deze toplaag niet aanwezig waardoor je de draden van het rubber goed ziet. Het voordeel hiervan is uiteraard een lager gewicht, een lagere rolweerstand en een hogere soepelheid. Het logische nadeel is dat deze skinwall banden gevoeliger zijn voor sneetjes in de flanken.
Veel fabrikanten kiezen daarom voor een zogenaamde skinwall-look. -
De stuurpen is een van de onderdelen aan je fiets waarmee je heel wat kan experimenteren om de juiste fietspositie te vinden. Maar hoe achterhaal je nu wat voor jou de goede lengte van de stuurpen is? Er zijn een aantal vuistregels die je in acht kan nemen.Bij een koersfiets zijn er een aantal ‘vaste’ regels:
1. Als je je handen op je shifters plaatst, een natuurlijke fietspositie aanneemt en naar je voorwiel kijkt, mag je de naaf van je voorwiel niet zien. Volgens deze regel moet de naaf verborgen zitten achter je stuur. Als je de naaf van je voorwiel voor je stuur ziet, dan is je stuurpen te kort. Zie je ze daarentegen achter je stuur, dan is je stuurpen te lang.
2. Als je met je handen in de beugels van je racefiets stuur zit, moeten je ellebogen een hoek van 90 graden vormen. Je onderarmen moeten daarbij horizontaal zijn. Vormen je armen geen hoek van 90 graden? Dan is je stuurpen te lang of te kort.
3. Een andere truc om te weten te komen of je stuurpen te lang of te kort -
Er zijn zo een aantal helmen die in de loop der tijd een bijna iconische status verworven hebben. Niet alleen door hun looks, maar ook door hun gebruiksgemak. De Lazer Z1 is zo een model. Door de jaren heen heeft de Lazer Z1 en de Lazer Z1 MIPS de hoofden van talloze profwielrenners beschermd. Hij werd geroemd vanwege het lichte gewicht, de uitstekende ventilatie en de hoge mate aan comfort. Toch is de Z1 er even uit geweest. Nu is hij echter terug. Mét Kineticore technologie! Lees er hier alles over.
De Lazer Z1 heeft niet alleen qua looks een stevige update gekregen - al kan je er zeker nog het origineel in zien - ook op vlak van veiligheid is de Z1 geüpgraded. De Z1 is namelijk nu ook uitgerust met de in 2022 uitgebrachte Kineticore technologie. Waar andere veiligheidssystemen, zoals MIPS, materiaal toevoegen, laat Kineticore voor zijn veiligheidssysteem net materiaal weg. Toch is de veiligheid nog altijd optimaal. De Lazer Z1 scoort 5 op 5 bij het onafhankelijke Virginia Tech Centre -
Meer en meer fietsers schakelen over naar tubeless banden. Zeker bij het mountainbiken en gravelbiken is tubeless ondertussen de norm geworden. Bij racefietsen verloopt de transitie ietsje langzamer, maar de trend naar meer tubeless is onhoudbaar. Maar hoe monteer je nu die tubeless banden? Het proces is namelijk toch wat anders dan bij gewone buitenbanden met binnenbanden.
Benodigdheden
- Tubeless ready wielen- Fietspomp (eventueel met booster)
- Water, zeep en een doek
1. De juiste wielen en banden
Eerst en vooral moet je over de juiste wielen en banden beschikken. Wat de fietsbanden betreft: die moeten tubeless ready zijn. Je herkent deze banden aan de beschrijving TR, TLR of TLE. Ook de wielen moeten geschikt zijn. Als je nieuwe wielen aankoopt, zullen die in veel gevallen meteen in orde zijn voor een tubeless set-up. Dit betekent dat een tubeless velglint al gemonteerd is. De velgrand
-
Iedereen komt het wel eens tegen. Je rijdt lek en je moet op zoek naar een nieuwe binnenband. Maar hoe weet je welke maat van binnenband je moet kopen zodat die zeker goed past? We vertellen je hier hoe je ontdekt welke maat je fietsband heeft.
De maat van je fietsband staat altijd vermeld op de zijkant. Helaas gebruiken niet alle fabrikanten dezelfde methode om de maat aan te duiden. En net dit maakt het zeer verwarrend.
Er is de ETRTO-maataanduiding (bijvoorbeeld 28-622) die de breedte in mm aangeeft (28) en de binnendiameter van een band in mm (622). 622 komt overeen met 28 inch, de standaard wielmaat van een koersfiets of stadsfiets voor volwassenen.
Daarnaast wordt de aanduiding in inch vaak gebruikt (bijvoorbeeld 28 x 1.25). Het eerste cijfer staat voor de buitenmaat van een band in inch, het tweede voor de bandbreedte in inch.
Nog een andere methode is de Franse methode (bijvoorbeeld 700 x 32). Hierbij wordt de buitendiameter van een band in mm aangeduid (700) en de binnendiameter -
Ondanks dat je bij een tubeless set-up kan lekrijden zonder het door te hebben, is het risico op een echte lekke band nooit helemaal weg. Zo lang het gat in de band klein genoeg is, zal de tubeless sealant het kunnen dichten. Maar als er echt sprake is van een snee of een gat dat gewoonweg te groot is, zal ook tubeless sealant geen soelaas meer bieden. Gelukkig zijn er een paar manieren om je tubeless band te repareren zodat je toch verder kan rijden als je ergens gestrand bent.
- Tyre repair spuitbus: Merken zoals Morgan Blue, Cyclon of Velox hebben speciale spuitbusjes met een soort schuim in. Dit schuim stopt het gat in je band (ook te gebruiken voor een binnenband) en de druk van de spuitbus pompt de band ook meteen op. Dit is echter geen blijvende oplossing, maar louter een methode om al fietsend thuis te geraken.
- Patch kleven: Veel fietsers weten wel dat je een binnenband kan ‘plakken’, maar ook met een buitenband is dit mogelijk. Dit zijn wel speciale patches. Bij het kleven -
Het is zeer moeilijk te zeggen hoe lang een fietsband gemiddeld meegaat, omdat dit van zeer veel factoren afhangt. Als je je fietsbanden goed verzorgt, gaan ze gemakkelijk een paar duizend kilometer tot wel tienduizend kilometer mee.
Schwalbe bijvoorbeeld - een van de grootste merken als het aankomt op fietsbanden - claimt dat de gemiddelde Schwalbe-fietsband tussen de 2000 en 5000 kilometer meegaat. Uiteraard verschilt de levensduur ook per type band. De racefietsbanden uit de Schwalbe One reeks zijn echte wedstrijdbanden die tussen de 3000 en 7000 kilometer meegaan. Schwalbe Marathon banden zijn zeer populaire stadsfiets banden met een anti-leklaag. Deze banden gaan tussen de 6000 en 12000 kilometer mee. De topper op vlak van levensduur is de Marathon Plus met een levensduur van meestal meer dan 10000 kilometer.
Maar de belangrijkste invloed op de levensduur van een fietsband is de gebruiker. De juiste bandenspanning heeft een zeer grote invloed. Als je te lang met een te lage bandenspanning -
De rolweerstand is de energie die verloren gaat bij het afrollen van de band op de weg en die het gevolg is van de vervorming van de band. Er zijn verschillende factoren die de rolweerstand beïnvloeden en die dus ook bepalen hoeveel energie er verloren gaat.
Ondergrond: Uiteraard speelt de ondergrond waarop je rijdt een zeer grote rol. Op nieuw gegoten asfalt is de rolweerstand vanzelfsprekend vele malen lager dan op bijvoorbeeld zeer ruw asfalt of beton.
Samenstelling van de band: De samenstelling van de band bepaalt mede de rolweerstand. All season banden bijvoorbeeld gebruiken een andere rubbersamenstelling dan echte race banden die gemaakt zijn om snelheid te maken. Die rubbersamenstelling zorgt ervoor dat de rolweerstand wat hoger ligt, maar geeft ook meer grip en een betere lekbestendigheid.
Profiel: Vanzelfsprekend speelt het profiel een grote rol. Hoe meer profiel, hoe hoger de rolweerstand. Een mountainbike band met grote noppen heeft een grotere rolweerstand dan een typische