Fietsbanden
-
Hoe weet je welke binnenband je nodig hebt?
Het kiezen van de juiste binnenband voor je fiets is essentieel voor een veilige en comfortabele rit. Hiervoor moet je rekening houden met de maat van de buitenband en het type ventiel.
1. Controleer de maat van je buitenband
De maat van je buitenband vind je meestal aan de zijkant van de band. Dit kan worden weergegeven in verschillende maatvoeringen:- De ETRTO-maat: Dit geeft de breedte en de binnendiameter van de band in millimeters weer, bijvoorbeeld 37-622 (37 mm breed en 622 mm diameter).
- De inch-maat: De diameter en breedte worden in inches weergegeven, zoals 28 x 1.40.
- Franse maat: Een combinatie van diameter, breedte en een letter, bijvoorbeeld 700 x 35C.Zorg ervoor dat de maat van de binnenband overeenkomt met de maat van je buitenband.
2. Kies het juiste ventieltype
Er zijn drie gangbare ventielsoorten:- Presta (Frans ventiel): Een smal ventiel, vaak gebruikt op racefietsen en high-end mountainbikes.
- Schrader (autoventiel): -
Gravelfietsen zijn de laatste jaren steeds populairder geworden. Ze combineren de eigenschappen van een racefiets en een mountainbike, waardoor ze geschikt zijn voor verschillende terreinen. Of je nu over asfalt fietst of onverharde paden verkent, een gravelfiets biedt de ideale middenweg. Ontdek hieronder de juiste band voor jouw gravelfiets.
Verschillende ondergronden
Bij het kiezen van gravelbanden is het belangrijk om rekening te houden met de verschillende ondergronden waarop je fietst. De meest voorkomende ondergronden zijn:
- Asfalt
- Harde gravel
- Losse gravelGravelbanden voor asfalt en harde gravel
Een gravelband voor asfalt en harde gravel heeft een glad profiel of hele kleine nopjes. Hierdoor is er voldoende grip. Sommige banden hebben kleine nopjes aan de zijkant, waardoor je meer grip hebt in de bochten.
Gravelbanden voor droge ondergrond en singletracks
Een gravelband voor droge ondergrond heeft een loopoppervlakte met kleine nopjes. Hierdoor rijd je gemakkelijk over verschillende
-
Onderneem jij binnenkort een meerdaagse trektocht met je racefiets of wil je je racefiets (deels) ombouwen tot gravelbike om ook offroad te kunnen fietsen? Door eenvoudigweg gravelbanden te monteren op je racefiets kom je al een heel eind. Al moet je toch met meer zaken rekening houden dan je misschien wel denkt.
Is er genoeg ruimte?
Een eerste factor om absoluut in de gaten te houden is het feit of er wel voldoende plaats is om een gravelband te monteren. Specifieke gravelbanden hebben een breedte van 33 mm of meer. Er zijn zelfs gravelbanden met een breedte van 50 mm, dat is ongeveer even breed als een echte mountainbike band.
Als je racefiets is uitgerust met velgremmen, zal een gravelband monteren zeer moeilijk worden. Welke maximale breedte mogelijk is, zal afhangen van de combinatie band-velg-remhoef. Een breedte van 28 mm zal vaak nog mogelijk zijn. In veel gevallen zal 30 mm het maximum zijn.
Bij een fiets met schijfremmen is er heel wat meer speling. Er is namelijk geen remhoef -
De laatste jaren worden zowel racefiets- als mountainbikebanden met de zogenaamde skinwall opnieuw populairder. Veel fietsers vinden de retro look gewoonweg mooi en anderen willen dan weer opvallen met behulp van deze skinwalls. Bij een volledig zwarte fiets vallen deze (licht)bruine randen aan de banden goed op, wat het geheel een mooie toets geeft.
De esthetische meerwaarde van skinwall banden is dus duidelijk, maar bieden deze banden ook op een andere manier een voordeel?
Het antwoord is niet echt eenduidig, aangezien het afhangt van het type skinwall band. Er zijn skinwall banden waarbij de casing enkel over het loopvlak gaat. Op de zijkant van de banden is deze toplaag niet aanwezig waardoor je de draden van het rubber goed ziet. Het voordeel hiervan is uiteraard een lager gewicht, een lagere rolweerstand en een hogere soepelheid. Het logische nadeel is dat deze skinwall banden gevoeliger zijn voor sneetjes in de flanken.
Veel fabrikanten kiezen daarom voor een zogenaamde skinwall-look. -
Meer en meer fietsers schakelen over naar tubeless banden. Zeker bij het mountainbiken en gravelbiken is tubeless ondertussen de norm geworden. Bij racefietsen verloopt de transitie ietsje langzamer, maar de trend naar meer tubeless is onhoudbaar. Maar hoe monteer je nu die tubeless banden? Het proces is namelijk toch wat anders dan bij gewone buitenbanden met binnenbanden.
Benodigdheden
- Tubeless ready wielen- Fietspomp (eventueel met booster)
- Water, zeep en een doek
1. De juiste wielen en banden
Eerst en vooral moet je over de juiste wielen en banden beschikken. Wat de fietsbanden betreft: die moeten tubeless ready zijn. Je herkent deze banden aan de beschrijving TR, TLR of TLE. Ook de wielen moeten geschikt zijn. Als je nieuwe wielen aankoopt, zullen die in veel gevallen meteen in orde zijn voor een tubeless set-up. Dit betekent dat een tubeless velglint al gemonteerd is. De velgrand
-
Iedereen komt het wel eens tegen. Je rijdt lek en je moet op zoek naar een nieuwe binnenband. Maar hoe weet je welke maat van binnenband je moet kopen zodat die zeker goed past? We vertellen je hier hoe je ontdekt welke maat je fietsband heeft.
De maat van je fietsband staat altijd vermeld op de zijkant. Helaas gebruiken niet alle fabrikanten dezelfde methode om de maat aan te duiden. En net dit maakt het zeer verwarrend.
Er is de ETRTO-maataanduiding (bijvoorbeeld 28-622) die de breedte in mm aangeeft (28) en de binnendiameter van een band in mm (622). 622 komt overeen met 28 inch, de standaard wielmaat van een koersfiets of stadsfiets voor volwassenen.
Daarnaast wordt de aanduiding in inch vaak gebruikt (bijvoorbeeld 28 x 1.25). Het eerste cijfer staat voor de buitenmaat van een band in inch, het tweede voor de bandbreedte in inch.
Nog een andere methode is de Franse methode (bijvoorbeeld 700 x 32). Hierbij wordt de buitendiameter van een band in mm aangeduid (700) en de binnendiameter -
Ondanks dat je bij een tubeless set-up kan lekrijden zonder het door te hebben, is het risico op een echte lekke band nooit helemaal weg. Zo lang het gat in de band klein genoeg is, zal de tubeless sealant het kunnen dichten. Maar als er echt sprake is van een snee of een gat dat gewoonweg te groot is, zal ook tubeless sealant geen soelaas meer bieden. Gelukkig zijn er een paar manieren om je tubeless band te repareren zodat je toch verder kan rijden als je ergens gestrand bent.
- Tyre repair spuitbus: Merken zoals Morgan Blue, Cyclon of Velox hebben speciale spuitbusjes met een soort schuim in. Dit schuim stopt het gat in je band (ook te gebruiken voor een binnenband) en de druk van de spuitbus pompt de band ook meteen op. Dit is echter geen blijvende oplossing, maar louter een methode om al fietsend thuis te geraken.
- Patch kleven: Veel fietsers weten wel dat je een binnenband kan ‘plakken’, maar ook met een buitenband is dit mogelijk. Dit zijn wel speciale patches. Bij het kleven -
Het is zeer moeilijk te zeggen hoe lang een fietsband gemiddeld meegaat, omdat dit van zeer veel factoren afhangt. Als je je fietsbanden goed verzorgt, gaan ze gemakkelijk een paar duizend kilometer tot wel tienduizend kilometer mee.
Schwalbe bijvoorbeeld - een van de grootste merken als het aankomt op fietsbanden - claimt dat de gemiddelde Schwalbe-fietsband tussen de 2000 en 5000 kilometer meegaat. Uiteraard verschilt de levensduur ook per type band. De racefietsbanden uit de Schwalbe One reeks zijn echte wedstrijdbanden die tussen de 3000 en 7000 kilometer meegaan. Schwalbe Marathon banden zijn zeer populaire stadsfiets banden met een anti-leklaag. Deze banden gaan tussen de 6000 en 12000 kilometer mee. De topper op vlak van levensduur is de Marathon Plus met een levensduur van meestal meer dan 10000 kilometer.
Maar de belangrijkste invloed op de levensduur van een fietsband is de gebruiker. De juiste bandenspanning heeft een zeer grote invloed. Als je te lang met een te lage bandenspanning -
De rolweerstand is de energie die verloren gaat bij het afrollen van de band op de weg en die het gevolg is van de vervorming van de band. Er zijn verschillende factoren die de rolweerstand beïnvloeden en die dus ook bepalen hoeveel energie er verloren gaat.
Ondergrond: Uiteraard speelt de ondergrond waarop je rijdt een zeer grote rol. Op nieuw gegoten asfalt is de rolweerstand vanzelfsprekend vele malen lager dan op bijvoorbeeld zeer ruw asfalt of beton.
Samenstelling van de band: De samenstelling van de band bepaalt mede de rolweerstand. All season banden bijvoorbeeld gebruiken een andere rubbersamenstelling dan echte race banden die gemaakt zijn om snelheid te maken. Die rubbersamenstelling zorgt ervoor dat de rolweerstand wat hoger ligt, maar geeft ook meer grip en een betere lekbestendigheid.
Profiel: Vanzelfsprekend speelt het profiel een grote rol. Hoe meer profiel, hoe hoger de rolweerstand. Een mountainbike band met grote noppen heeft een grotere rolweerstand dan een typische -
In de wielerwereld gaan bepaalde evoluties zeer snel. Waar in pakweg 2017 niemand met een tubeless set-up de asfaltwegen of de offroad-trails onveilig maakte, zijn er nu meer en meer fietsers die heel bewust zijn overgeschakeld naar tubeless fietsbanden. Maar wat zijn precies de voordelen van tubeless fietsbanden?
Zelfdichtend lek: Bij tubeless fietsbanden gebruik je geen binnenband, maar dit betekent niet dat er zich enkel lucht in de band bevindt. Bij het monteren van je tubeless fietsband vul je hem met een tubeless sealant. Als er tijdens het fietsen een gaatje in de band komt, zal de tubeless sealant dit gaatje dichten. Zo kan het gebeuren dat je lekrijdt, zonder dat je dit doorhebt. Uiteraard mag het gat ook niet té groot zijn. Als de sealant het gat niet kan dichten, kan je steeds een binnenband monteren of een repair plug in je band steken zodat je verder kan rijden. Zeker bij gravelbiken of mountainbiken waar je vaak scherpe rotsen of dennennaalden tegenkomt, is een zelfdichtend