Monthly Archives: October 2023
-
Meer en meer fietsers schakelen over naar tubeless banden. Zeker bij het mountainbiken en gravelbiken is tubeless ondertussen de norm geworden. Bij racefietsen verloopt de transitie ietsje langzamer, maar de trend naar meer tubeless is onhoudbaar. Maar hoe monteer je nu die tubeless banden? Het proces is namelijk toch wat anders dan bij gewone buitenbanden met binnenbanden.
Benodigdheden
- Tubeless ready wielen- Fietspomp (eventueel met booster)
- Water, zeep en een doek
1. De juiste wielen en banden
Eerst en vooral moet je over de juiste wielen en banden beschikken. Wat de fietsbanden betreft: die moeten tubeless ready zijn. Je herkent deze banden aan de beschrijving TR, TLR of TLE. Ook de wielen moeten geschikt zijn. Als je nieuwe wielen aankoopt, zullen die in veel gevallen meteen in orde zijn voor een tubeless set-up. Dit betekent dat een tubeless velglint al gemonteerd is. De velgrand
-
Iedereen komt het wel eens tegen. Je rijdt lek en je moet op zoek naar een nieuwe binnenband. Maar hoe weet je welke maat van binnenband je moet kopen zodat die zeker goed past? We vertellen je hier hoe je ontdekt welke maat je fietsband heeft.
De maat van je fietsband staat altijd vermeld op de zijkant. Helaas gebruiken niet alle fabrikanten dezelfde methode om de maat aan te duiden. En net dit maakt het zeer verwarrend.
Er is de ETRTO-maataanduiding (bijvoorbeeld 28-622) die de breedte in mm aangeeft (28) en de binnendiameter van een band in mm (622). 622 komt overeen met 28 inch, de standaard wielmaat van een koersfiets of stadsfiets voor volwassenen.
Daarnaast wordt de aanduiding in inch vaak gebruikt (bijvoorbeeld 28 x 1.25). Het eerste cijfer staat voor de buitenmaat van een band in inch, het tweede voor de bandbreedte in inch.
Nog een andere methode is de Franse methode (bijvoorbeeld 700 x 32). Hierbij wordt de buitendiameter van een band in mm aangeduid (700) en de binnendiameter -
Ondanks dat je bij een tubeless set-up kan lekrijden zonder het door te hebben, is het risico op een echte lekke band nooit helemaal weg. Zo lang het gat in de band klein genoeg is, zal de tubeless sealant het kunnen dichten. Maar als er echt sprake is van een snee of een gat dat gewoonweg te groot is, zal ook tubeless sealant geen soelaas meer bieden. Gelukkig zijn er een paar manieren om je tubeless band te repareren zodat je toch verder kan rijden als je ergens gestrand bent.
- Tyre repair spuitbus: Merken zoals Morgan Blue, Cyclon of Velox hebben speciale spuitbusjes met een soort schuim in. Dit schuim stopt het gat in je band (ook te gebruiken voor een binnenband) en de druk van de spuitbus pompt de band ook meteen op. Dit is echter geen blijvende oplossing, maar louter een methode om al fietsend thuis te geraken.
- Patch kleven: Veel fietsers weten wel dat je een binnenband kan ‘plakken’, maar ook met een buitenband is dit mogelijk. Dit zijn wel speciale patches. Bij het kleven -
Het is zeer moeilijk te zeggen hoe lang een fietsband gemiddeld meegaat, omdat dit van zeer veel factoren afhangt. Als je je fietsbanden goed verzorgt, gaan ze gemakkelijk een paar duizend kilometer tot wel tienduizend kilometer mee.
Schwalbe bijvoorbeeld - een van de grootste merken als het aankomt op fietsbanden - claimt dat de gemiddelde Schwalbe-fietsband tussen de 2000 en 5000 kilometer meegaat. Uiteraard verschilt de levensduur ook per type band. De racefietsbanden uit de Schwalbe One reeks zijn echte wedstrijdbanden die tussen de 3000 en 7000 kilometer meegaan. Schwalbe Marathon banden zijn zeer populaire stadsfiets banden met een anti-leklaag. Deze banden gaan tussen de 6000 en 12000 kilometer mee. De topper op vlak van levensduur is de Marathon Plus met een levensduur van meestal meer dan 10000 kilometer.
Maar de belangrijkste invloed op de levensduur van een fietsband is de gebruiker. De juiste bandenspanning heeft een zeer grote invloed. Als je te lang met een te lage bandenspanning -
De rolweerstand is de energie die verloren gaat bij het afrollen van de band op de weg en die het gevolg is van de vervorming van de band. Er zijn verschillende factoren die de rolweerstand beïnvloeden en die dus ook bepalen hoeveel energie er verloren gaat.
Ondergrond: Uiteraard speelt de ondergrond waarop je rijdt een zeer grote rol. Op nieuw gegoten asfalt is de rolweerstand vanzelfsprekend vele malen lager dan op bijvoorbeeld zeer ruw asfalt of beton.
Samenstelling van de band: De samenstelling van de band bepaalt mede de rolweerstand. All season banden bijvoorbeeld gebruiken een andere rubbersamenstelling dan echte race banden die gemaakt zijn om snelheid te maken. Die rubbersamenstelling zorgt ervoor dat de rolweerstand wat hoger ligt, maar geeft ook meer grip en een betere lekbestendigheid.
Profiel: Vanzelfsprekend speelt het profiel een grote rol. Hoe meer profiel, hoe hoger de rolweerstand. Een mountainbike band met grote noppen heeft een grotere rolweerstand dan een typische -
In de wielerwereld gaan bepaalde evoluties zeer snel. Waar in pakweg 2017 niemand met een tubeless set-up de asfaltwegen of de offroad-trails onveilig maakte, zijn er nu meer en meer fietsers die heel bewust zijn overgeschakeld naar tubeless fietsbanden. Maar wat zijn precies de voordelen van tubeless fietsbanden?
Zelfdichtend lek: Bij tubeless fietsbanden gebruik je geen binnenband, maar dit betekent niet dat er zich enkel lucht in de band bevindt. Bij het monteren van je tubeless fietsband vul je hem met een tubeless sealant. Als er tijdens het fietsen een gaatje in de band komt, zal de tubeless sealant dit gaatje dichten. Zo kan het gebeuren dat je lekrijdt, zonder dat je dit doorhebt. Uiteraard mag het gat ook niet té groot zijn. Als de sealant het gat niet kan dichten, kan je steeds een binnenband monteren of een repair plug in je band steken zodat je verder kan rijden. Zeker bij gravelbiken of mountainbiken waar je vaak scherpe rotsen of dennennaalden tegenkomt, is een zelfdichtend -
Iedereen weet wel dat de bandenspanning in je fietsbanden hoog genoeg moet zijn om comfortabel te kunnen rijden. Wie al eens probeerde verder te rijden op een lekke band, weet hoe zwaar dit is. Maar door met een te lage bandenspanning te fietsen, rijd je niet alleen je benen kapot, maar mogelijk ook je banden en je velg. Bij het oppompen van hun fietsbanden blijven veel fietsers daarom pompen tot de band ‘vol’ is. Maar dit is zeker niet noodzakelijk een goed idee. We leggen je daarom in deze post uit welke bandenspanning ideaal is voor welk type fietsband.
Hoe breder de band, hoe lager de bandenspanning
Deze regel spreekt voor zich: hoe breder de fietsband, hoe lager de bandenspanning. Een racefietsband van 25 mm kan makkelijk tot 7 bar hebben. Bij een racefietsband van 30 mm daarentegen is dit 5.5 bar. Op elke band staat op de wang trouwens aangegeven wat de minimale en maximale bandenspanning is.
Bandenspanning mountainbike
Een goede bandenspanning op de mountainbike kan flink variëren
-
Je ziet wel eens wielertoeristen op de koersfiets midden in de zomer met hun 4 season banden met veel profiel, of mountainbikers in het bos met zogenaamde slicks. Een verkeerd profiel op je fietsband in een bepaalde situatie ziet er niet alleen wat gek uit, je prestatie zal er ook onder lijden.
Op verharde wegen rijd je best met banden met zo weinig mogelijk profiel. Hoe meer rubber er in contact is met het asfalt, hoe meer grip je hebt. Bij nat weer kan je daarom gerust met een wat lagere bandenspanning rijden om nog meer rubber in contact te laten komen met het asfalt. Een mountainbikeband met grote noppen zal je op de weg dus minder grip geven dan een racefietsband met weinig profiel.
Offroad is het natuurlijk een ander verhaal. Bij een gemixte ondergrond komt een band met wat profiel aan de zijkant en een vrij slick loopvlak goed van pas. Bij het ruigere offroad werk heb je een gespecialiseerde band met grote noppen nodig. Zo is je remkracht, stuurkracht en aandrijfkracht optimaal.