Pagina 2 - Fietsbanden
-
Iedereen weet wel dat de bandenspanning in je fietsbanden hoog genoeg moet zijn om comfortabel te kunnen rijden. Wie al eens probeerde verder te rijden op een lekke band, weet hoe zwaar dit is. Maar door met een te lage bandenspanning te fietsen, rijd je niet alleen je benen kapot, maar mogelijk ook je banden en je velg. Bij het oppompen van hun fietsbanden blijven veel fietsers daarom pompen tot de band ‘vol’ is. Maar dit is zeker niet noodzakelijk een goed idee. We leggen je daarom in deze post uit welke bandenspanning ideaal is voor welk type fietsband.
Hoe breder de band, hoe lager de bandenspanning
Deze regel spreekt voor zich: hoe breder de fietsband, hoe lager de bandenspanning. Een racefietsband van 25 mm kan makkelijk tot 7 bar hebben. Bij een racefietsband van 30 mm daarentegen is dit 5.5 bar. Op elke band staat op de wang trouwens aangegeven wat de minimale en maximale bandenspanning is.
Bandenspanning mountainbike
Een goede bandenspanning op de mountainbike kan flink variëren
-
Je ziet wel eens wielertoeristen op de koersfiets midden in de zomer met hun 4 season banden met veel profiel, of mountainbikers in het bos met zogenaamde slicks. Een verkeerd profiel op je fietsband in een bepaalde situatie ziet er niet alleen wat gek uit, je prestatie zal er ook onder lijden.
Op verharde wegen rijd je best met banden met zo weinig mogelijk profiel. Hoe meer rubber er in contact is met het asfalt, hoe meer grip je hebt. Bij nat weer kan je daarom gerust met een wat lagere bandenspanning rijden om nog meer rubber in contact te laten komen met het asfalt. Een mountainbikeband met grote noppen zal je op de weg dus minder grip geven dan een racefietsband met weinig profiel.
Offroad is het natuurlijk een ander verhaal. Bij een gemixte ondergrond komt een band met wat profiel aan de zijkant en een vrij slick loopvlak goed van pas. Bij het ruigere offroad werk heb je een gespecialiseerde band met grote noppen nodig. Zo is je remkracht, stuurkracht en aandrijfkracht optimaal.